<= =>

23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

Titel III. Het rijbewijs

Hoofdstuk II. De scholing

Afdeling 2. Voorlopig rijbewijs

Artikel 6

De scholing op basis van een voorlopig rijbewijs is aan de volgende voorwaarden onderworpen :

1° De kandidaat :

a) moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1 bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;

b) moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs, sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretische examen bedoeld in artikel 23, §1, 4° van de wet of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28;

c) moet houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig:

voor de categorie B wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C1, C, D1 of D en voor de verkrijging van de code 96;

voor het besturen van het overeenstemmende trekkende voertuig wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B+E, C1+E, C+E, D1+E of D+E;

d) mag niet vervallen zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen van de categorie waarvoor het voorlopige rijbewijs is aangevraagd en moet geslaagd zijn voor de onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;

e) moet voldoen aan de bepalingen van artikel 41 of van artikel 42 ;

f) mag geen houder geweest zijn van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie van voertuigen.

Dit verbod is evenwel niet van toepassing :

op de kandidaat die houder geweest is van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie van voertuigen waarvan de geldigheid sinds meer dan drie jaar verstreken is. In dit geval, worden de mislukkingen voor de praktische examens die voor de afgifte van het nieuwe voorlopige rijbewijs werden afgelegd niet meegerekend voor de toepassing van artikelen 15, 1°, en 38, § 14;

op de houder van een rijbewijs met de vermelding « automatisch » die een voorlopig rijbewijs model 3 wil behalen voor het aanleren van het besturen van voertuigen van dezelfde categorie, uitgerust met een handschakeling :

op de houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die een voorlopig rijbewijs wil behalen met het oog op het bijvoegen van de code 96;

g) moet geslaagd zijn voor het praktisch examen op een terrein buiten het verkeer indien het gaat om een kandidaat voor een voorlopig rijbewijs voor het besturen van voertuigen van de categorieën A1, A2 of A.

h) moet de leeftijd bereikt hebben 18 jaar voor de categorieën A1, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D en D+E, 20 jaar voor de categorie A2 en 22 jaar voor de categorie A als hij sinds ten minste twee jaar houder is van een rijbewijs geldig voor de categorie A2 of 24 jaar als dat niet het geval is;

i) moet houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een nog geldig voorlopig rijbewijs;

j) moet vergezeld zijn van een begeleider die beantwoordt aan de in 3° voorgeschreven voorwaarden en die vermeld is op het voorlopige rijbewijs. Deze beperking is niet van toepassing op de houder van een voorlopig rijbewijs model 3 geldig voor de categorie A1, A2 of A;

2° Het voertuig : 

a) moet behoren tot de categorie van voertuigen waarvoor het voorlopige rijbewijs geldig verklaard is;

b) mag geen andere personen vervoeren dan deze bedoeld in artikel 9. Voor de categorieën A1, A2 en A is elk vervoer van personen verboden;

c) mag in commercieel verband geen goederen vervoeren, behalve als de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorieën C1, C1+E, C of C+E;

d) moet op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats uitgerust zijn met het teken «L», waarvan het model is bepaald door de Vlaamse minister;

e) mag geen aanhangwagen trekken als het voorlopig rijbewijs geldig verklaard is voor de categorie A1, A2, A, B, C1, C, D1 of D, tenzij de code 96 op het document vermeld is;

f) moet, tenzij de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, voorzien zijn van :

als het gaat om een voertuig van de categorie B dat niet uitgerust is met een gesloten koetswerk, achteruitkijkspiegels binnen in het voertuig zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider ieder een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van links;

als het gaat om een voertuig van de categorie B uitgerust met een gesloten koetswerk of een voertuig van de categorie B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E, van rechtse buitenspiegels zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van rechts;

3° De begeleider : 

a) moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1, bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;

b) moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie categorie B+E, C1, C1+E, C of C+E de leeftijd van 24 jaar hebben bereikt en op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie D1, D1+E, D of D+E de leeftijd van 27 jaar;

c) moet sedert ten minste zes jaar houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om het voertuig te besturen aan boord waarvan hij de kandidaat vergezelt. De bestuurder die overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden;

d) mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet werden opgelegd;

e) [ ... ] Opgeheven.

f) mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs of leervergunning als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar vóór de afgifte van het voorlopige rijbewijs.

Dit verbod is niet van toepassing :

op zijn eigen kinderen of pleegkinderen of die van zijn wettelijke partner;

op de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zijn ingeschreven als personeelsleden van dezelfde onderneming die haar bestuurders zelf opleidt, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat prestaties verrichten in een brandweerdienst bedoeld in de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming;

g) moet vooraan in het voertuig plaatsnemen.

Artikel 7

Het voorlopige rijbewijs model 3 stemt overeen met het model van bijlage 2.

Het voorlopige rijbewijs wordt afgegeven :

aan de personen bedoeld in artikel 3, § 1, 1° en 3°, b) en c), door de burgemeester van de gemeente of door diens gemachtigde waar de aanvrager ingeschreven of vermeld is in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;

aan de personen bedoeld in artikel 3, § 1, 2° door de burgemeester of diens gemachtigde, van de gemeente waar de Belgische onderwijsinstelling zich bevindt waar de aanvrager is ingeschreven;

aan de personen bedoeld in artikel 3, § 1, 3°, a), door de Minister van Buitenlandse Zaken of zijn gemachtigde.

Opgeheven

Het voorlopige rijbewijs wordt uitgereikt tegen afgifte van een degelijk ingevulde aanvraag om een voorlopig rijbewijs en op vertoon van het bewijs dat voldaan is aan de voorwaarden voorgeschreven bij artikel 6, 1°, b), c), e), g) en 3°, f), tweede streepje.

Het model van de aanvraag om een voorlopig rijbewijs en van het attest voorgelegd door de kandidaat die artikel 6, 3°, f), tweede streepje inroept, wordt bepaald door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

Artikel 8

§1. Het voorlopig rijbewijs model 3 is twaalf maanden geldig.

De geldigheid van een voorlopig rijbewijs kan niet verlengd worden.

§2. De overheid bedoeld in artikel 7 maakt het voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E. De overheid bedoeld in artikel 7 vermeldt de code 96 op het voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie B en afgegeven met het oog op de scholing voor het besturen van een samenstel met een maximale toegelaten massa van meer dan 3 500 kg en ten hoogste 4 250 kg, bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg. De overheid bedoeld in artikel 7 vermeldt de code 78 op het voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2 of A als deze code is vermeld op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs.

§3. Het voorlopige rijbewijs is slechts geldig voor het aanleren van het besturen van voertuigen van de categorie waarvoor het geldig verklaard is.

De voorwaarden en de beperkingen die voorkomen op de attesten bedoeld in artikel 41 §4, 44, § 5 en 45 worden aangebracht op het voorlopige rijbewijs in de vorm van de codes bepaald in bijlage 7.

Het voorlopig rijbewijs met de code 78 voor de categorie waarvoor het geldig is, is enkel geldig voor het besturen van voertuigen uitgerust met een automatische schakeling.

§4. Ieder voorlopig rijbewijs dat is afgegeven hoewel niet was voldaan aan de voorwaarden die in deze afdeling of in het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B voor de afgifte ervan gesteld worden, is nietig.

In dat geval wordt het voorlopige rijbewijs aan de in artikel 7 vermelde overheid teruggegeven.

§5. Het voorlopige rijbewijs verliest zijn geldigheid :

wanneer niet meer voldaan is aan de in artikel 6 bepaalde afgiftevoorwaarden;

bij het verstrijken van de geldigheidstermijn van het document;

wanneer er een ander voorlopig rijbewijs wordt afgegeven, behalve wanneer één van de documenten geldig verklaard is voor de categorie A1, A2 of A;

als er een rijbewijs wordt afgegeven, geldig voor dezelfde categorie van voertuigen als deze waarvoor het voorlopige rijbewijs geldig verklaard is.

Het voorlopige rijbewijs dat zijn geldigheid verloren heeft, wordt teruggegeven aan de overheid bedoeld in artikel 7.

§6. In afwijking van de bepalingen van §5, verliest het voorlopige rijbewijs evenwel zijn geldigheid niet:

als een van de op het voorlopige rijbewijs vermelde begeleiders niet langer één van de in artikel 6, 3° vermelde voorwaarden vervult. In dit geval, moet de kandidaat veranderen van begeleider overeenkomstig de bepalingen van § 7;

[ ... ] Opgeheven

§7. Een tweede begeleider, die voldoet aan de voorwaarden bepaald in het artikel 6, 3° mag door de overheid bedoeld in artikel 7 op het voorlopige rijbewijs vermeld worden hetzij op het ogenblik van de afgifte hetzij tijdens de scholing .

In geval van verandering van begeleider tijdens de scholing wordt een nieuw voorlopig rijbewijs afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 7 ; dit nieuwe document heeft dezelfde uiterste geldigheidsdatum als het oorspronkelijk voorlopige rijbewijs.

Artikel 9

De kandidaat van minder dan 24 jaar mag niet rijden van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen

De houder van een voorlopige rijbewijs mag, naast de begeleider, vergezeld zijn van één andere persoon.


<= =>

Nieuwe vraag en antwoord.

Editeer vraag en antwoord.