<= =>

LET OP, dit ontwerp wordt NIET ingevoerd,
dit is een archief tekst.

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden voor het rijonderricht en de erkende rijscholen.

Titel 6. De erkenning van de rijschool, het filiaal en het oefenterrein

Hoofdstuk 5. De informatie die aan het bestuur wordt doorgegeven

Art. 157.

Het filiaal van de rijschool vanwaaruit theorieonderricht wordt gegeven, geeft minstens drie weken voorafgaand aan elk theorieonderricht de volgende informatie door aan het bestuur op de wijze die het bestuur bepaalt:

1° het adres van het leslokaal waar het theorieonderricht gegeven zal worden;

2° het begin- en het einduur van het theorieonderricht.

Als het theorieonderricht niet doorgaat, wordt dat minstens twee werkdagen op voorhand aan het bestuur doorgegeven op de wijze die het bestuur bepaalt. Onder werkdag wordt verstaan elke dag, uitgezonderd zaterdag, zondag en feestdag.

Art. 158.

De rijschooldirecteur bezorgt het bestuur op de wijze die het bestuur bepaalt voor elk filiaal van de rijschool binnen drie weken na de erkenning van het filiaal een lijst met de voor- en achternamen, de erkenningsnummers en de handtekeningen van de personeelsleden die bevoegd zijn om de getuigschriften van theorie- of praktijkonderricht of de bekwaamheidsgetuigschriften te ondertekenen en te overhandigen aan kandidaat-bestuurders.

De rijschooldirecteur brengt het bestuur op de wijze die het bestuur bepaalt, op de hoogte van iedere wijziging in de lijst, vermeld in het eerste lid, binnen acht dagen vanaf de datum van de wijziging en bezorgt het bestuur op dat ogenblik een aangepaste lijst.

Art. 159.

De rijschooldirecteur deelt uiterlijk binnen acht dagen na de datum van de beslissing daarover of de kennisname daarvan al de volgende informatie op elektronische wijze aan het bestuur mee:

1° de stopzetting van de rijschoolactiviteiten;

2° het onvermogen van de rijschool, in het bijzonder wegens een faillissement;

3° als het rijonderricht niet gestart wordt binnen drie maanden nadat het filiaal erkend is;

4° als het rijonderricht in een filiaal langer dan zes maanden wordt opgeschort;

5° de sluiting van een filiaal;

6° de wijzigingen in de uitrustingen of de grootte van het oefenterrein.

Als de rijschooldirecteur uit dienst treedt of niet langer belast is met de leiding van de filialen van een rijschool, deelt hij dat onmiddellijk mee aan het bestuur op elektronische wijze.

Als de filialen van een rijschool na afloop van de termijn, vermeld in artikel 49, derde lid, nog altijd geen rijschooldirecteur hebben, deelt de houder van de lestoelating II, III, IV, V of VI, vermeld in artikel 86, §1, 2°, §2, 2°, §3, 2°, §4, 2°, of §5, 2°, of de rijschooldirecteur van een andere rijschool die tijdelijk is belast met de leiding van de filialen, dat binnen acht dagen na afloop van die termijn mee aan het bestuur op elektronische wijze.

In geval van onvermogen of stopzetting van de activiteiten van de rijschool worden de logboeken en het jaaroverzicht van het rijonderricht, vermeld in artikel 128 en 130 van dit besluit, ter beschikking gesteld van het bestuur om de attesten op te maken die het aantal gevolgde lesuren vermelden die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van artikel 16, tweede lid, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998.


<= =>

Nieuwe vraag en antwoord.

Editeer vraag en antwoord.